Citaat | Hoge Raad 8 mei 2007
Alinea 38 Hoge Raad 8 mei 2007
Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6708.
3.6. Het Hof heeft uit de hiervoor onder 3.4 weergegeven verklaring van [getuige 1] afgeleid dat zij de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld. Hierin ligt besloten dat het Hof heeft geoordeeld dat zij alsnog een klacht in de zin van art. 164, eerste lid, Sv heeft gedaan. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen (i) dat art. 164 Sv ertoe strekt te doen vaststaan dat de tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht een strafvervolging in te stellen, en (ii) dat de termijn waarbinnen [getuige 1] op grond van art. 247, derde lid (oud), in verbinding met art. 245, vierde lid (oud), Sr een klacht kon indienen, eerst zou eindigen op de dag waarop de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn eindigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94dd9087126d42c9a10e5b8c971ec92a6929e742ea797cba39aa92ecd994ad36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94dd9087126d42c9a10e5b8c971ec92a6929e742ea797cba39aa92ecd994ad36, en de alinea staat in dat document op bytes 11927 tot 12736.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94dd9087126d42c9a10e5b8c971ec92a6929e742ea797cba39aa92ecd994ad36 | shasum -a 256