Citaat | Hoge Raad 4 mei 2007
Alinea 41 Hoge Raad 4 mei 2007
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7621.
3.4 Klacht 1 betoogt, naar de kern genomen, dat het hof heeft miskend dat een getalsmatige minderheidszeggenschap er niet aan in de weg behoeft te staan dat toch wordt voldaan aan de eis van art. 1:141 lid 4 dat de echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, indien de materiële verhoudingen meebrengen dat de echtgenoot niettemin kan beslissen of al of niet tot winstuitkering wordt overgegaan. De klacht kan bij gebreke van feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het oordeel van het hof berust niet alleen maar op de formele minderheidspositie van de man binnen het bestuur van de Stichting, maar ook daarop dat het hof de stelling van de vrouw dat de machtsverhouding in de praktijk anders lag als onvoldoende onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk gemaakt verwierp. Het hof heeft derhalve niet miskend dat ook feitelijke zeggenschap van een echtgenoot over de winstbestemming ertoe kan leiden dat niet uitgekeerde winsten op de voet van art. 1:141 lid 4 bij de verrekening in aanmerking moeten worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75059eefe003a41975e3e4e317e5875fbe4724298c2c256117fb32b9d39e4924. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75059eefe003a41975e3e4e317e5875fbe4724298c2c256117fb32b9d39e4924, en de alinea staat in dat document op bytes 11336 tot 12452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75059eefe003a41975e3e4e317e5875fbe4724298c2c256117fb32b9d39e4924 | shasum -a 256