Citaat | Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 64 Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7771.

4.2 Het middel betoogt terecht dat het hof de hiervoor in 4.1 onder (a) en (b) vermelde stellingen van STT in het midden heeft gelaten. Dat geldt ook voor stelling (c), daargelaten of zij in confesso is. Daarom moet voor de beoordeling van de klachten veronderstellenderwijze van de juistheid van die stellingen worden uitgegaan. In het licht daarvan is onbegrijpelijk zowel het oordeel van het hof dat, bijzondere omstandigheden daargelaten, voor STT voorzienbaar was dat de telefooncentrale van SETAR ten gevolge van de uitgeroepen staking zou uitvallen, als het oordeel dat STT niet feitelijk heeft onderbouwd de door haar aangevoerde bijzondere omstandigheid dat de telefooncentrale kon blijven functioneren ook indien alle werknemers aan de stakingsoproep gehoor zouden geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c04553bd9d496e9bf8996c8db30f7d32c7d5b95eaaebd6ed0ddf6b9872273b0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c04553bd9d496e9bf8996c8db30f7d32c7d5b95eaaebd6ed0ddf6b9872273b0d, en de alinea staat in dat document op bytes 16265 tot 17060.