Citaat | Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 32 Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7774.

3.4.1 De art. 3 en 3a F. strekken ertoe, overeenkomstig het uitgangspunt van de wetgever bij de invoering van de schuldsaneringsregeling, indien mogelijk voorrang te geven aan (de behandeling van een verzoek tot) de toepassing van de schuldsaneringsregeling boven (de behandeling van een verzoek tot) het faillissement van een natuurlijke persoon. Daartoe bepalen deze artikelen onder meer - kort gezegd - dat de griffier van de rechtbank bij brief kennis geeft aan de natuurlijke persoon van wie de faillietverklaring is verzocht, dat deze een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan indienen (art. 3 lid 1), en dat de behandeling van een verzoek tot faillietverklaring, indien gelijktijdig een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling aanhangig is, wordt geschorst totdat op laatstgenoemd verzoek bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak is beslist (art. 3a lid 2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dd976d01eec4324337d85a59fe9cc9ced54bbb13f3ea21a372997179bca1bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dd976d01eec4324337d85a59fe9cc9ced54bbb13f3ea21a372997179bca1bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 8295 tot 9209.