Citaat | Hoge Raad 3 april 2007

Alinea 40 Hoge Raad 3 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8395.

De raadsman acht de nadere verklaring van [medeverdachte 1] kennelijk van groot gewicht in deze zaak. Als ik echter kijk naar de inhoud van die verklaring, vormt het naar mijn mening niet het meest cruciale bewijs tegen verdachte. Veel van wat in dat proces-verbaal staat blijkt namelijk ook al uit andere bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65d5b4c801dc4d63b629a1e7050f7d1e18eb92da5949b2dad8c72cddcb44dc17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65d5b4c801dc4d63b629a1e7050f7d1e18eb92da5949b2dad8c72cddcb44dc17, en de alinea staat in dat document op bytes 16817 tot 17151.