Citaat | Hoge Raad 24 april 2007

Alinea 39 Hoge Raad 24 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8411.

3.4. Aldus heeft het Hof miskend dat het - naar aanleiding van het desbetreffende in hoger beroep gevoerde verweer - zelfstandig diende te onderzoeken of ten tijde van het op de voet van art. 151b Sv gegeven bevel sprake was van ernstige bezwaren (vgl. HR 13 juni 2006, LJN AV6195, NJ 2006, 623). Voorts kan niet als juist worden aanvaard 's Hofs kennelijke opvatting dat de Officier van Justitie bij de verdere uitvoering van genoemd bevel gebonden was aan het oordeel van de Rechter-Commissaris omtrent de toepassing van de inverzekeringstelling. De omstandigheid dat de Officier van Justitie heeft afgezien van het instellen van hoger beroep tegen de afwijzing van de vordering tot inbewaringstelling, maakt dat niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ece69bbea359ca6b1fdfc7c9b4db33ac16aa5200e46f408f8fcd2083698af627. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ece69bbea359ca6b1fdfc7c9b4db33ac16aa5200e46f408f8fcd2083698af627, en de alinea staat in dat document op bytes 13022 tot 13762.