Citaat | Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 64 Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8413.

3.3. Blijkens zijn hiervoor onder 3.2 weergegeven motivering heeft het Hof geoordeeld dat ofschoon de verdachte niet meer werd bijgestaan door een raadsman, met de behandeling van de zaak kon worden doorgegaan op de grond dat de verdachte op geen enkele wijze kenbaar heeft gemaakt dat hij zich met de inhoud of strekking van het pleidooi van de raadsman niet kon verenigen en evenmin te kennen heeft gegeven zich met zijn raadsman te willen verstaan dan wel om onderbreking van de zitting heeft verzocht. Dat oordeel van het Hof is niet zonder meer begrijpelijk, nu blijkens het proces-verbaal ter terechtzitting de verdachte, nadat de Advocaat-Generaal bij het Hof had gewezen op de discrepantie tussen het standpunt van de raadsman en de proceshouding van de verdachte, onmiddellijk na de dupliek van zijn raadsman het woord heeft gevraagd en daartoe van de voorzitter toen niet de gelegenheid heeft gekregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cf345f0c9b70b232e3d661fda721c5cb05f5fe53298b5e13dfdd0f4b44b6118. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cf345f0c9b70b232e3d661fda721c5cb05f5fe53298b5e13dfdd0f4b44b6118, en de alinea staat in dat document op bytes 18395 tot 19321.