Citaat | Hoge Raad 13 april 2007
Alinea 53 Hoge Raad 13 april 2007
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8521.
3.3.2 De klacht van onderdeel 2 - onderdeel 1 bevat een inleiding - dat het hof heeft miskend dat regel is dat als peildatum voor de vaststelling van de inbrengwaarde van een gelegateerd goed de datum van overlijden van de erflater geldt, kan niet tot cassatie leiden omdat, blijkens rov. 3.6, ook het hof - terecht - van deze regel is uitgegaan. Voorzover het onderdeel betoogt dat die regel door de (derogerende werking van de) redelijkheid en billijkheid slechts kan worden opzijgezet indien komt vast te staan dat de vertraging in de afgifte van het legaat uitsluitend, althans in hoofdzaak is toe te schrijven aan (verwijtbare) gedragingen van de legataris, faalt het omdat dit betoog in zijn algemeenheid geen steun vindt in het recht. Voorzover het onderdeel klaagt dat het hof zijn oordeel heeft gebaseerd op het enkele tijdsverloop sinds de datum van het overlijden van de erflater, kan het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het hof heeft immers ook andere omstandigheden aan zijn oordeel ten grondslag gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4653eb7abba782daf3b2a6dc26e7c3a4e80f498dde24fa3d2745d0c2cb281c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4653eb7abba782daf3b2a6dc26e7c3a4e80f498dde24fa3d2745d0c2cb281c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 14267 tot 15328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4653eb7abba782daf3b2a6dc26e7c3a4e80f498dde24fa3d2745d0c2cb281c1a | shasum -a 256