Citaat | Hoge Raad 8 mei 2007

Alinea 28 Hoge Raad 8 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9338.

4.3. Ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv is art. 365a Sv ook in procedures tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van toepassing. Dit betekent dat in een dergelijke procedure alle beslissingen omtrent de opgelegde maatregel dienen te worden opgenomen in het verkorte arrest en dat de daartoe gebezigde bewijsmiddelen, met inbegrip van eventuele nadere overwegingen omtrent het bewijs, mogen worden opgenomen in de aanvulling zoals bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv (vgl. HR 30 mei 2000, NJ 2000, 475).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6cfdfbacf8c8bfd047da162ab998246cb774e1a83188073ba1691f4be217243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6cfdfbacf8c8bfd047da162ab998246cb774e1a83188073ba1691f4be217243, en de alinea staat in dat document op bytes 11630 tot 12191.