Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 20 Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9353.

18. Indien Uw Hof evenwel van oordeel is dat de door [getuige 1] genoemde [verdachte] cliënt betreft en uit de verklaringen van [getuige 1] blijkt dat hij [betrokkene 1] heeft horen zeggen tegen cliënt dat de betreffende container cocaïne bevatte dan zijn de verklaringen van [getuige 1] uiteindelijk de enige bron waarop de wetenschap van cliënt zou kunnen worden gebaseerd. Immers, met uitzondering van [betrokkene 1], die bevriend was met cliënt, noemt of kent geen van de andere medeverdachten de naam van cliënt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a82da21e86119d9b9f2b3a7ea3b0d0b7ecde922189caf9e4990a49321d0bb73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a82da21e86119d9b9f2b3a7ea3b0d0b7ecde922189caf9e4990a49321d0bb73, en de alinea staat in dat document op bytes 6983 tot 7519.