Citaat | Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 26 Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0422.

3.4. Art. 425, vierde lid (oud), Sv is op 1 januari 2002 in werking getreden. Voordien bevatte het thans vervallen art. 426d, tweede lid, Sv een vergelijkbare regeling voor mondelinge vonnissen van de enkelvoudige kamer van de rechtbank. Die regeling was op haar beurt vergelijkbaar met de regelingen inzake de mondelinge vonnissen van de politierechter, de kinderrechter, de economische politierechter en de kantonrechter, zoals neergelegd in onder meer art. 378, tweede lid, en art. 395, tweede lid, Sv. De aantekening van al die vonnissen is door de Minister van Justitie vastgesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/739b6fbc368c8f09beeeddf0a1eda47092315778bb903554e2eb718d05610aed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 739b6fbc368c8f09beeeddf0a1eda47092315778bb903554e2eb718d05610aed, en de alinea staat in dat document op bytes 7993 tot 8724.