Citaat | Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 31 Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0422.
3.6.2. Nu de Regeling niets inhoudt omtrent de toepassing van het voorschrift van art. 359, eerste lid, Sv inzake de vermelding van de vordering van het openbaar ministerie in de uitspraak, moet in het licht van het onder 3.6.1 overwogene worden aangenomen dat in geval van toepassing van art. 425, vierde lid (oud), Sv - thans art. 425, derde lid, Sv - aan genoemd voorschrift van art. 359, eerste lid, Sv is voldaan indien de vordering van het openbaar ministerie is weergegeven in dan wel is gehecht aan het proces-verbaal van de terechtzitting. Geen rechtsregel eist dat die vordering daarnaast wordt opgenomen in de aantekening van het mondeling arrest in het proces-verbaal van de terechtzitting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/739b6fbc368c8f09beeeddf0a1eda47092315778bb903554e2eb718d05610aed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 739b6fbc368c8f09beeeddf0a1eda47092315778bb903554e2eb718d05610aed, en de alinea staat in dat document op bytes 10423 tot 11138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/739b6fbc368c8f09beeeddf0a1eda47092315778bb903554e2eb718d05610aed | shasum -a 256