Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007
Alinea 111 Hoge Raad 15 mei 2007
Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0424.
5.8.4. De klacht dat het Hof ten onrechte heeft volstaan met de overweging dat uit de verklaring van de aangever [het slachtoffer] "blijkt dat etc." in plaats van te vermelden wat de aangever [het slachtoffer] heeft waargenomen, mist feitelijke grondslag. Mede gelet op de verdere redactie van de bestreden uitspraak heeft het Hof met de gewraakte bewoordingen klaarblijkelijk slechts bedoeld verkort en zakelijk weer te geven wat de aangever [het slachtoffer] heeft verklaard omtrent hetgeen hij heeft waargenomen en ondervonden. Daarom moet de zinsnede "Uit de verklaring van aangever [het slachtoffer] blijkt dat" worden gelezen als: "De verklaring van aangever [het slachtoffer] houdt in dat hij heeft waargenomen en ondervonden dat". Aldus verstaan behelst hetgeen volgens het Hof uit die verklaring "blijkt", niet een gevolgtrekking van het Hof, maar een zakelijke weergave van datgene wat de aangever heeft verklaard te hebben waargenomen en ondervonden. In dit opzicht voldoet de bewijsmotivering aan hetgeen hiervoor onder 5.6.1 is overwogen. Het middel is daarom ook in zoverre tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b8127abdf25acc547969d4cfb35b85e7ca404d3909444bb9d4fa496045e2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b8127abdf25acc547969d4cfb35b85e7ca404d3909444bb9d4fa496045e2c, en de alinea staat in dat document op bytes 37117 tot 38242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b8127abdf25acc547969d4cfb35b85e7ca404d3909444bb9d4fa496045e2c | shasum -a 256