Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 65 Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0424.

5.4.2. Wat betreft andere zaken werd dus kennelijk niet gedacht aan zo'n beperking van een bewijsmotivering in de vorm van een opgave van bewijsmiddelen. Daarmee strookt dat ten aanzien van de eerste zin van het derde lid van art. 359 Sv ("De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden") uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat deze strekte ter codificatie van de op de voormalige leden 1, 2 en 3 van art. 359 Sv in verbinding met art. 358, tweede lid, en art. 350 Sv gestoelde praktijk waarin een rechterlijk vonnis in geval van een bewezenverklaring de voor die bewezenverklaring redengevende inhoud van de bewijsmiddelen placht te bevatten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b8127abdf25acc547969d4cfb35b85e7ca404d3909444bb9d4fa496045e2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b8127abdf25acc547969d4cfb35b85e7ca404d3909444bb9d4fa496045e2c, en de alinea staat in dat document op bytes 22399 tot 23198.