Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 16 Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0491.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De klager is een notaris die wordt verdacht van een van de misdrijven van art. 225 Sr in de periode van 1 november 2004 tot en met 7 december 2004. Op 13 juli 2005 heeft de Officier van Justitie op de voet van art. 110 Sv schriftelijk gevorderd dat de Rechter-Commissaris in de Rechtbank Arnhem in het belang van het onderzoek het pand (notariskantoor) van de klager zal doorzoeken. De Rechter-Commissaris heeft de vordering toegewezen waarna op 20 juli 2005 een doorzoeking ter inbeslagneming op het kantooradres van de klager is verricht. De Rechter-Commissaris was daarbij onder andere vergezeld van de vice-voorzitter van de Ring van Notarissen. Bij die doorzoeking zijn door de Rechter-Commissaris een agenda, aantekeningen, diverse bescheiden en een diskette met daarop een bestand in beslag genomen. Deze voorwerpen zijn in een envelop gedaan, die vervolgens is verzegeld. De klager heeft geen toestemming gegeven tot doorzoeking van zijn kantoor en evenmin tot inbeslagneming van stukken. Tegen die inbeslagneming heeft de klager op de voet van art. 552a Sv een bezwaarschrift ingediend, waarop de Rechtbank - na behandeling in raadkamer op 16 september 2005 en 9 december 2005 - de bestreden beschikking heeft gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9, en de alinea staat in dat document op bytes 8967 tot 10258.