Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 48 Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0491.

Klager heeft voorts gesteld dat zijn geheimhoudingsplicht zich uitstrekt tot de in beslag genomen stukken en deze daarom niet in beslag genomen hadden mogen worden dan wel dat er van de inhoud van die stukken geen kennis mag worden genomen. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Klager is een verschoningsgerechtigde zoals bedoeld in artikel 98 van het Wetboek van Strafvordering. Niet valt uit te sluiten dat hij een geheimhoudingsplicht heeft met betrekking tot de in beslag genomen stukken. Op grond van het eerste lid van artikel 98 van het Wetboek van Strafvordering is de bevoegdheid tot inbeslagneming bij verschoningsgerechtigden beperkt. Brieven of andere geschriften, die onder de geheimhoudingsplicht van de verschoningsgerechtigde vallen, mogen, behoudens toestemming, niet in beslag genomen worden. Het tweede lid van genoemd artikel beperkt de bevoegdheid tot doorzoeking bij verschoningsgerechtigden. De doorzoeking mag, behoudens toestemming, de geheimhoudingsplicht niet schenden en mag geen andere brieven of geschriften betreffen dan die welke - kort gezegd - in direct verband staan met het strafbare feit. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad kan onder zeer uitzonderlijke omstandigheden het belang van de waarheidsvinding meebrengen dat de beperkingen van artikel 98, tweede lid, opzij gezet worden. Gezien de samenhang van de beide leden van artikel 98 mag aangenomen worden dat een zelfde uitzonderingssituatie zich ten aanzien van het eerste lid van artikel 98 voordoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9, en de alinea staat in dat document op bytes 20750 tot 22270.