Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007
Alinea 49 Hoge Raad 15 mei 2007
Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0491.
De rechtbank is op basis van de stukken die zich in het dossier bevinden en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen van oordeel dat de rechter-commissaris in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat de in beslag genomen stukken in een zodanig direct verband staan met de verdenking tegen klager en zijn medeverdachten, dat zij kunnen dienen om de waarheid daaromtrent aan het licht te brengen. Op basis van de informatie die door de officier van justitie ter terechtzitting is verschaft en voorts uit de stukken blijkt, is aannemelijk dat kennisneming van de inhoud van het beslag essentieel is voor de voortgang van het onderzoek, zowel ten aanzien van klager als van de medeverdachten. Dat klager heeft benadrukt dat hij in zijn verklaring bij de politie volledige opening van zaken heeft gegeven, doet daar niet aan af. Onder deze zeer uitzonderlijke omstandigheden dient het belang van de waarheidsvinding te prevaleren boven de door klager gestelde geheimhoudingsplicht."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9, en de alinea staat in dat document op bytes 22278 tot 23268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f1fb758c6f4bfaf7bc8084ca4b5553a776dbfed7d52e8805e5c1b8c579225c9 | shasum -a 256