Citaat | Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 36 Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0492.

3.7. Uit de bewoordingen van art. 359, derde lid, Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden, indien door of namens de verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. Het oordeel van het Hof dat in het onderhavige geval kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv, is onjuist. De Hoge Raad neemt hierbij in aanmerking dat de raadsman van de verdachte - zoals hiervoor onder 3.4 is weergegeven - heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een vorm van betrokkenheid van de verdachte bij het tweede feit, nu de handtekening van de verdachte op de huurovereenkomst niet aangeeft dat hij ook de stroom heeft gestolen hetgeen bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als ontkenning van het tenlastegelegde. Het Hof heeft voorts - zoals hiervoor onder 3.5 is weergegeven - naar aanleiding van dit verweer overwogen dat en waarom het Hof "anders dan de raadsman" van oordeel is dat de verdachte betrokken is geweest bij het onder 2 tenlastegelegde feit. De bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06f5e809adb14c259f4367f43be5f4c0883837a5585511bca02c613cdb33e447. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06f5e809adb14c259f4367f43be5f4c0883837a5585511bca02c613cdb33e447, en de alinea staat in dat document op bytes 12974 tot 14111.