Citaat | Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 48 Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0731.

Dit wordt niet anders doordat wel cassatieberoep openstond tegen het in het kort geding gewezen arrest - een eindarrest - reeds omdat dat geding niet alleen ten opzichte van de bodemprocedure een afzonderlijke procedure maar ook van een ander karakter is dat in het bijzonder daarin tot uitdrukking komt dat de uitspraak van de rechter, anders dan die van de rechter in de bodemprocedure, voorlopig van aard is. Hier geldt daarom niet de ratio dat de splitsing van de berechting van met elkaar samenhangende vorderingen onwenselijk is onder andere omdat dit kan leiden tot tegenstrijdige beslissingen, welke ratio ten grondslag ligt aan de rechtspraak van de Hoge Raad dat de uitsluiting van tussentijds beroep van een tussenuitspraak wordt doorbroken ingeval een uitspraak gedeeltelijk een tussenuitspraak is en gedeeltelijk een einduitspraak, ook indien die uitspraken zijn gegeven in conventie respectievelijk in reconventie of omgekeerd (vgl. HR 23 januari 2004, nr. C02/156, NJ 2005, 510 en HR 13 januari 1995, nr. 15498, NJ 1995, 482).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/130ff315f63a5e23c949f196864def812f9ccf2e0750ccf337d9adc2201addac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 130ff315f63a5e23c949f196864def812f9ccf2e0750ccf337d9adc2201addac, en de alinea staat in dat document op bytes 11861 tot 12915.