Citaat | Hoge Raad 29 mei 2007
Alinea 28 Hoge Raad 29 mei 2007
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0865.
3.4. Het hiervoor onder 3.3 weergegeven oordeel van het Hof berust kennelijk op de opvatting dat voor de beantwoording van de vraag of het openbaar ministerie ontvankelijk is in de strafvervolging ter zake van art. 197 Sr van belang is of dit feit aan het licht is gekomen bij de opsporing van andere strafbare feiten waaraan een tot ongewenste vreemdeling verklaarde verdachte, die - zoals het Hof hier veronderstelt - door overmacht geen mogelijkheid heeft Nederland te verlaten, zich heeft schuldig gemaakt. Die opvatting is onjuist. De omstandigheid dat een dergelijke verdachte is aangehouden bij gelegenheid van het opsporingsonderzoek naar een ander strafbaar feit en zich daardoor - in de bewoordingen van het hof - heeft blootgesteld aan het risico van opsporing en vervolging ter zake van art. 197 Sr, kan niet redengevend zijn voor de verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging ter zake van art. 197 Sr. De door het Hof voor zijn oordeel gegeven motivering is dan ook ondeugdelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a948b0c6b2ea1c6062028c6bbe33431c74aceedb995d94181bedd05972b7fd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a948b0c6b2ea1c6062028c6bbe33431c74aceedb995d94181bedd05972b7fd7, en de alinea staat in dat document op bytes 10892 tot 11951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a948b0c6b2ea1c6062028c6bbe33431c74aceedb995d94181bedd05972b7fd7 | shasum -a 256