Citaat | Hoge Raad 24 april 2007

Alinea 33 Hoge Raad 24 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0874.

Dat wilde ik mee naar huis nemen. Wij zijn lopend naar huis gegaan. Met z'n drieën kwamen wij toen op het idee een overval op [benadeelde partij 2] te Breda te plegen. Wij waren toen al bij het tankstation. Ik heb met [medeverdachte 2] van jas gewisseld. [Medeverdachte 1] gaf mij zijn muts. Ik weet niet meer welke broek ik droeg. [Medeverdachte 2] bleef op het fietspad staan. [Medeverdachte 1] en ik zijn samen naar het tankstation gelopen. Hij zei: Ik houd de deur wel voor je open. Dat hadden wij zo afgesproken. Ik richtte het pistool op de medewerkster van het tankstation en heb om geld gevraagd. Ik kreeg tussen de 200 en 300 euro. Toen zijn wij weggerend naar het huis van [getuige 1]. Daar hebben wij de buit verdeeld. Ieder kreeg circa 75 euro. Ik heb aan [getuige 1] verteld wat we gedaan hebben. [Medeverdachte 2] was al eerder weggerend. Hij was toen verdwaald in de Haagse Beemden. Hij is toen ook naar het huis van [getuige 1] gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc847eb8911f34eb73074502e8c87ad133ddae8beb3a0550047e4902b9514425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc847eb8911f34eb73074502e8c87ad133ddae8beb3a0550047e4902b9514425, en de alinea staat in dat document op bytes 13212 tot 14177.