Citaat | Hoge Raad 24 april 2007
Alinea 51 Hoge Raad 24 april 2007
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0874.
3.7. Het Hof, dat deels heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, heeft kennelijk geoordeeld dat de verdachte het onder 1 bewezenverklaarde, inhoudende dat - kort gezegd - hij tezamen en in vereniging met anderen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een zeker geldbedrag, duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Daarvan uitgaande moet, gelet op de - hiervoor onder 3.4 weergegeven - door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaringen en op hetgeen door zijn raadsman aldaar is aangevoerd, worden aangenomen dat het Hof als gevolg van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring een geldbedrag van € 350,- heeft opgenomen in plaats van bewezen te verklaren dat "een geldbedrag" werd afgeperst. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring met verbetering van deze misslag. Aldus beschouwd is 's Hofs oordeel voldoende gemotiveerd en kon het Hof in zoverre volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc847eb8911f34eb73074502e8c87ad133ddae8beb3a0550047e4902b9514425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc847eb8911f34eb73074502e8c87ad133ddae8beb3a0550047e4902b9514425, en de alinea staat in dat document op bytes 17607 tot 18606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc847eb8911f34eb73074502e8c87ad133ddae8beb3a0550047e4902b9514425 | shasum -a 256