Citaat | Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 28 Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0875.
3.3. Anders dan wel wordt afgeleid uit HR 20 mei 2003, NJ 2004, 41 dient, indien komt vast te staan dat de opgeëiste persoon in verband met de zaak waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd door functionarissen van de verzoekende staat is gefolterd, de verzochte uitlevering door de rechter zonder meer ontoelaatbaar te worden verklaard (vgl. HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 533, HR 17 december 1996, NJ 1997, 534 en HR 21 maart 2000, NJ 2000, 540).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc04d676b8b08fd869f1815b016be5dc1e63514e4fe4209ec35faa2e83a56a2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc04d676b8b08fd869f1815b016be5dc1e63514e4fe4209ec35faa2e83a56a2d, en de alinea staat in dat document op bytes 12511 tot 12970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc04d676b8b08fd869f1815b016be5dc1e63514e4fe4209ec35faa2e83a56a2d | shasum -a 256