Citaat | Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 30 Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0875.
3.5. De Rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de beantwoording van de vraag of er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn uitlevering gevaar loopt in de verzoekende staat aan foltering te zullen worden onderworpen, is voorbehouden aan de Minister van Justitie. Dat oordeel is juist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc04d676b8b08fd869f1815b016be5dc1e63514e4fe4209ec35faa2e83a56a2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc04d676b8b08fd869f1815b016be5dc1e63514e4fe4209ec35faa2e83a56a2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13276 tot 13603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc04d676b8b08fd869f1815b016be5dc1e63514e4fe4209ec35faa2e83a56a2d | shasum -a 256