Citaat | Hoge Raad 20 april 2007
Alinea 52 Hoge Raad 20 april 2007
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1093.
3.5.2 Blijkens de door het onderdeel genoemde passages in de gedingstukken van [eiser] c.s. (de inleidende dagvaarding onder 9, de conclusie van repliek met name onder 21 tot en met 28 en de memorie van antwoord met name onder 55, waar naar de genoemde passage in de conclusie van repliek wordt verwezen), berust de door het onderdeel op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid bepleite omkering van de bewijslast ten nadele van het ziekenhuis eveneens op het betoog dat, vanwege de gebrekkige verslaglegging door de gynaecoloog [de gynaecoloog], het ziekenhuis niet had voldaan aan zijn verplichting om voldoende feitelijke gegevens te verschaffen ter motivering van zijn betwisting van de stellingen van [eiser] c.s. teneinde dezen aanknopingspunten te verschaffen voor eventuele bewijslevering. Zoals hiervoor is gebleken, heeft het hof dit betoog in rov. 4.8 verworpen en is dit oordeel tevergeefs door onderdeel 1.1 bestreden, zodat de grondslag aan onderdeel 1.2 is ontvallen. Het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6339ec8dbce39211073ed1526d2c91caf18bef0285b3f0eb53c5fdf84c6cfee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6339ec8dbce39211073ed1526d2c91caf18bef0285b3f0eb53c5fdf84c6cfee, en de alinea staat in dat document op bytes 20932 tot 21959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6339ec8dbce39211073ed1526d2c91caf18bef0285b3f0eb53c5fdf84c6cfee | shasum -a 256