Citaat | Hoge Raad 4 mei 2007

Alinea 36 Hoge Raad 4 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1564.

3.2 In het kader van de afwikkeling van hun vermogensrechtelijke verhouding overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden verschillen partijen onder meer van mening omtrent de vraag of en in hoeverre de waarde van de echtelijke woning te [woonplaats], die eigendom is van de man, in de afrekening moet worden betrokken. De man stelt zich op het standpunt dat de waarde van de woning te [woonplaats] bij de verrekening tussen partijen geheel buiten aanmerking moet blijven, omdat de woning is gekocht met de overwaarde van het huis te [plaats] en geldt als vervanging van het huis te [plaats], waarvan de waarde - inclusief de tijdens het huwelijk gerealiseerde waardestijging - ingevolge art. 9 lid 4 van de akte van huwelijkse voorwaarden niet voor verrekening in aanmerking komt. Volgens de vrouw moet de waarde van de woning te [woonplaats] wel in de afrekening betrokken worden, en dient op de overwaarde daarvan ingevolge art. 9 lid 4 uitsluitend in mindering te worden gebracht de waarde van de woning te [plaats] bij het aangaan van het huwelijk ten bedrage van € 88.759,-- (derhalve zonder de nadien gerealiseerde waardestijging), minus de op dat moment op die woning rustende hypothecaire geldlening van € 41.715,16, dus per saldo een bedrag van € 47.043,84.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e25658c8a7e4f27e61bec07abf756b8b4d9c6f2d57024bdf34bffb6e70edb34e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e25658c8a7e4f27e61bec07abf756b8b4d9c6f2d57024bdf34bffb6e70edb34e, en de alinea staat in dat document op bytes 11372 tot 12654.