Citaat | Hoge Raad 29 mei 2007

Alinea 42 Hoge Raad 29 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1644.

3.5.2. Klaarblijkelijk heeft het Hof de verklaring van de verdachte en die van zijn bijrijder omtrent de feitelijke toedracht in zoverre niet geloofwaardig geacht, gezien de onder 3.3 weergegeven inhoud van de als bewijsmiddel gebezigde verklaring van [betrokkene 1]. Het bezigen van de verklaring van [betrokkene 1] tot bewijs en het terzijde stellen van de desbetreffende verklaring van de verdachte en de bijrijder stond het Hof vrij, gelet op de aan hem als feitenrechter voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ae4c28c2f3466fa2965080d7a9681e0a262d269caf787359d1886b07f0868ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ae4c28c2f3466fa2965080d7a9681e0a262d269caf787359d1886b07f0868ba, en de alinea staat in dat document op bytes 13751 tot 14300.