Citaat | Hoge Raad 28 september 2007
Alinea 22 Hoge Raad 28 september 2007
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1718.
3.4. Vooropgesteld moet worden dat de vraag of een bestuurder naar de eis van artikel 36, lid 4, laatste volzin, van de Wet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet aan hem is te wijten dat het lichaam niet aan zijn mededelingsplicht inzake betalingsonmacht heeft voldaan, in beginsel moet worden beantwoord naar de omstandigheden ten tijde van het einde van de termijn waarbinnen het lichaam uiterlijk zijn betalingsonmacht aan de ontvanger had moeten melden. Indien naar die omstandigheden beoordeeld de bestuurder niet evenbedoeld verwijt treft, kunnen niettemin omstandigheden die zich op een ander moment hebben voorgedaan, meebrengen dat de bestuurder toch meerbedoeld verwijt treft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57cbcc734f949fcf8da83f9fa10ac91293b2552b2009f288358ada5cadd0f48b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57cbcc734f949fcf8da83f9fa10ac91293b2552b2009f288358ada5cadd0f48b, en de alinea staat in dat document op bytes 9421 tot 10121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57cbcc734f949fcf8da83f9fa10ac91293b2552b2009f288358ada5cadd0f48b | shasum -a 256