Citaat | Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 24 Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1760.

3.3. Wat betreft de aanvang van de redelijke termijn geldt het volgende. Op het aan de verdachte toegekende recht op berechting binnen een redelijke termijn kan inbreuk worden gemaakt door het tijdsverloop, te rekenen vanaf het moment dat vanwege de Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Een meer specifieke regel daaromtrent valt niet te geven. Anders dan wel wordt aangenomen, dwingt art. 6 EVRM niet tot de opvatting dat het eerste verhoor van de verdachte door de politie steeds als zodanige handeling heeft te gelden. Wel dienen de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de inleidende dagvaarding als een zodanige handeling te worden aangemerkt (vgl. HR 3 oktober 2000, LJN AA7309, NJ 2000, 721, rov. 3.12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab6387ca5090cf208cf15ff6a3b6eb1d3ea1281d8ce484de2b5204950bbd5f39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab6387ca5090cf208cf15ff6a3b6eb1d3ea1281d8ce484de2b5204950bbd5f39, en de alinea staat in dat document op bytes 8914 tot 9857.