Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 23 Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1792.

3.2.4. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld (in onderdeel 5.24 van zijn uitspraak) dat de verplichting van belanghebbende tot betaling van het bedrag van iii aan E het gevolg is van het sluiten van het spelerscontract, zijnde een overeenkomst tot het verrichten van arbeid door E in dienst van belanghebbende, zodat de betaling aan E van evengenoemd bedrag moet worden aangemerkt als loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 1995; hierna de Wet). Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De in de onderdelen 2.6, 2.8 en 2.9 van middel II geformuleerde klachten falen derhalve ook voor zover zij tegen dit oordeel zijn gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0, en de alinea staat in dat document op bytes 9876 tot 10739.