Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007
Alinea 29 Hoge Raad 30 maart 2007
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1792.
3.5.3. Belanghebbende heeft voor het Hof als grief aangevoerd dat de naheffingsaanslag ingevolge artikel 20, lid 2, Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) had moeten worden opgelegd aan E of aan nog een ander dan belanghebbende. Door E of namens hem door BB zouden aan belanghebbende onjuiste gegevens met betrekking tot de door belanghebbende betaalde transfersom zijn verstrekt. Die grief vindt haar weerlegging in de door middel II tevergeefs bestreden oordelen; daarin ligt immers besloten dat belanghebbende ermee bekend was dat het litigieuze deel van de als transfersom betaalde gelden in feite tekengeld voor E was. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat overigens feiten of omstandigheden zijn vastgesteld of aangevoerd, waaraan de conclusie kan worden verbonden dat te weinig belasting is geheven ten gevolge van het niet-naleven van bepalingen van de belastingwet door een ander dan belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0, en de alinea staat in dat document op bytes 13540 tot 14502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0 | shasum -a 256