Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 39 Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1792.

Het middel faalt ook voor het overige. Het Hof heeft redengevend geoordeeld dat belanghebbende geen feiten heeft gesteld, en dat zodanige feiten ook niet blijken uit de gedingstukken, op grond waarvan aannemelijk kan worden geacht dat belanghebbende eerder dan op 6 november 1995 naast een bepaald loon aan E een afzonderlijke vergoeding in de zin van het Besluit heeft toegekend, waarmee het Hof bedoelt: een vergoeding in verband met de extra uitgaven waarvoor buitenlandse werknemers zich in verband met hun tewerkstelling door de binnenlandse werkgever geplaatst zien. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Daarvan uitgaande heeft het Hof met juistheid de vermelde stelling van belanghebbende verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0, en de alinea staat in dat document op bytes 20239 tot 21170.