Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007
Alinea 46 Hoge Raad 30 maart 2007
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1792.
3.10.3. Deze klacht is gegrond. Door de Inspecteur is pas op de tweede zitting, van 3 juli 2003, een schriftelijke verklaring van D overgelegd, waarmee hij nader bewijs wilde leveren van zijn stelling dat de uitspraak op bezwaar door B was gedaan. Naar aanleiding van de overlegging van die verklaring heeft belanghebbende ter zitting verzocht om D als getuige te horen. 's Hofs redengeving voor zijn verwerping van dat verzoek, te weten dat het niet twijfelde aan de juistheid en de volledigheid van de schriftelijke verklaring, komt neer op een (ongemotiveerde) prognose omtrent hetgeen de getuige onder ede zou verklaren; zonder nadere motivering, welke ontbreekt, valt niet in te zien op grond waarvan het Hof op voorhand de mogelijkheid mocht uitsluiten dat een verhoor van D als getuige zou leiden tot twijfel aan de juistheid en de volledigheid van diens schriftelijke verklaring. De tweede reden die het Hof geeft voor zijn beslissing - dat belanghebbende de schriftelijke verklaring slechts bloot had betwist - is op zichzelf ontoereikend: van belanghebbende kon, zolang D niet als getuige gehoord was, in de omstandigheden van het geval niet meer verlangd worden dan een algemene betwisting van diens schriftelijke verklaring. De middelen VI (onderdeel 6.4) en XI slagen in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0, en de alinea staat in dat document op bytes 25805 tot 27110.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0 | shasum -a 256