Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 56 Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1792.

4.2. In feite keert het middel zich in zoverre mede tegen hetgeen het Hof in onderdeel 5.22 van zijn uitspraak heeft geoordeeld, namelijk dat belanghebbende zich destijds jegens E heeft verplicht om aan hem een tekengeld te betalen van iii nadat E het spelerscontract zou hebben ondertekend en dat belanghebbende na de ondertekening van het spelerscontract door E dat bedrag ook aan hem heeft betaald, dan wel heeft doen betalen. Blijkens het hiervoor in 3.2.3 overwogene houdt dit oordeel, afgezien van de thans aan de orde zijnde omvang van de betaling, in cassatie stand. In zoverre moet bij de beoordeling van dit middel van de juistheid van dit oordeel worden uitgegaan. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat door het Hof is vastgesteld of door een der partijen is aangevoerd dat belanghebbende de hiervoor onder 4.1 bedoelde "financial charges" voor haar rekening heeft willen nemen of dat voor die kosten door de Inspecteur een verminderingsbeschikking als bedoeld in artikel 30 van de Wet is gegeven. In het licht van dit een en ander laten de door het Hof aan zijn in onderdeel 5.22 van zijn uitspraak gegeven oordeel ten grondslag gelegde feiten, brieven, memoranda en faxberichten geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende aan E ten titel van tekengeld een bedrag van hh heeft betaald, dan wel heeft doen betalen, dat in zijn geheel als loon in de zin van de Wet moet worden aangemerkt. Het middel slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e2eae9af6fe9a76c7422e539270bc2f7c4f3567c56f7a4a2b484dd511696a0, en de alinea staat in dat document op bytes 32231 tot 33705.