Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 19 Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1833.

3.3. Het middel keert zich tegen dit oordeel met het betoog dat dit onjuist, althans onbegrijpelijk is, aangezien de creditfactuur van 30 oktober 1998 niet voldoet aan de door de Wet gestelde vereisten. Voorts betoogt het middel dat het faillissement van J B.V. tot op heden niet is afgerond en dat niet is uit te sluiten dat alle crediteuren (volledig) zullen worden betaald, zodat eerst door het uitreiken van de creditfactuur met dagtekening 19 juni 2001 is komen vast te staan dat belanghebbende de vergoeding niet meer zou ontvangen, in de zin van artikel 29 van de Wet. Zonder de uitreiking van die creditfactuur was het derhalve geenszins duidelijk of, en in het bijzonder op welk tijdstip, het zeker is dat de vergoeding niet zal worden ontvangen, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a28ce09ec4d6315f7e7fae028fe44e908bfbaa8d31f6aacde11babc63dc5698. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a28ce09ec4d6315f7e7fae028fe44e908bfbaa8d31f6aacde11babc63dc5698, en de alinea staat in dat document op bytes 8286 tot 9073.