Citaat | Hoge Raad 27 april 2007
Alinea 50 Hoge Raad 27 april 2007
Een alinea uit Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2017.
3.8 Onderdeel 6 gaat terecht ervan uit dat een voor de eerste keer op de voet van art. 14c lid 2 te verlenen voorwaardelijke machtiging slechts kan worden verleend indien daaraan een eerste voorwaardelijke machtiging op de voet van het eerste lid van dat artikel is voorafgegaan. Het onderdeel verbindt hieraan het gevolg dat nu de eerste voorwaardelijke machtiging (van 27 juli 2006) inmiddels door de Hoge Raad is vernietigd, de grondslag is komen te ontvallen aan de in het onderhavige geval op de voet van het tweede lid verleende voorwaardelijke machtiging. Dit betoog is onjuist. Naar volgt uit de wetsgeschiedenis, zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.18 is uiteengezet, behoudt iedere door de rechter verleende voorwaardelijke machtiging haar rechtskracht indien een daaraan voorafgaande voorwaardelijke machtiging in beroep is vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12be64965bd6894606e6923c8850595fd26da2e10010189f3638aa8c2c79e821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12be64965bd6894606e6923c8850595fd26da2e10010189f3638aa8c2c79e821, en de alinea staat in dat document op bytes 14199 tot 15077.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/12be64965bd6894606e6923c8850595fd26da2e10010189f3638aa8c2c79e821 | shasum -a 256