Citaat | Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 34 Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2104.
Ik, verbalisant [verbalisant 2], vroeg de bestuurder of ik in de kofferbak mocht kijken. Wij, verbalisanten [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] zagen een lichtblauwe vuilniszak in de kofferbak liggen. De bestuurder deelde mede dat er afval in de vuilniszak zat. Wij zagen dat er een plastic hoes in de vuilniszak zat. Ik, [verbalisant 2], heb de plastic hoes opgetild en zag dat in de hoes een deken gewikkeld was. Vervolgens heb ik de deken iets opzij geschoven waarna wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 3], een kinderhand en arm zagen. Hierop heb ik, [verbalisant 2], de bestuurder en bijrijdster medegedeeld dat zij werden aangehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/576a6b223478ed5e4df770c133eb8e73cf2f1e5bd60136884a149c7e3f0c7bc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 576a6b223478ed5e4df770c133eb8e73cf2f1e5bd60136884a149c7e3f0c7bc8, en de alinea staat in dat document op bytes 12721 tot 13390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/576a6b223478ed5e4df770c133eb8e73cf2f1e5bd60136884a149c7e3f0c7bc8 | shasum -a 256