Citaat | Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 22 Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2160.

Hoewel in de toelichting op het middel wordt erkend dat die wetboeken niet een met art. 359, tweede lid, Sv vergelijkbare bepaling bevatten, wordt niettemin betoogd dat "het streven naar rechtseenheid tussen enerzijds de Nederlandse Antillen en Aruba en anderzijds Nederland" meebrengt dat het voorschrift van art. 359, tweede lid, Sv "jurisprudentieel" dient te worden ingevoerd in het Antilliaanse en Arubaanse procesrecht. Dat betoog faalt. Voor de desbetreffende stelling kan in de bepalingen van genoemd statuut geen grondslag worden gevonden, terwijl geen andere rechtsregel noopt tot een jurisprudentiële uitleg als in het middel wordt voorgestaan. Ook overigens bestaat daarvoor geen grond. Als zodanig kan niet gelden de enkel in het middel benadrukte omstandigheid dat de rijkswetgever wat betreft de cassatieprocedure ten aanzien van uitleveringszaken in het Koninkrijk rechtseenheid heeft nagestreefd en bewerkstelligd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b69f344eb7ba1592b207ef491f4f5e83a2cbd404fbad187b26acc65bb2c86065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b69f344eb7ba1592b207ef491f4f5e83a2cbd404fbad187b26acc65bb2c86065, en de alinea staat in dat document op bytes 9668 tot 10613.