Citaat | Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 19 Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2164.
4.2. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. De in het kader van de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM op acht maanden gestelde termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad, vangt aan met het tijdstip waarop het beroep in cassatie is ingesteld (vgl. HR 3 oktober 2000, LJN AA7309, NJ 2000, 721, rov. 3.3). Op deze inzendtermijn is noch art. 88 Sr, noch art. 136 Sv van toepassing. Ook de bepalingen van de Algemene termijnenwet zijn niet van toepassing, reeds omdat ingevolge art. 4, aanhef en onder a, die wet niet geldt voor een termijn die is omschreven in meer dan drie maanden (vgl. HR 16 januari 2001, LJN ZD2395, rov. 3.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46a0c04a47e416740abfab26a8fccbf7fee598fe57590987cd6325c2eaed6502. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46a0c04a47e416740abfab26a8fccbf7fee598fe57590987cd6325c2eaed6502, en de alinea staat in dat document op bytes 7081 tot 7817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46a0c04a47e416740abfab26a8fccbf7fee598fe57590987cd6325c2eaed6502 | shasum -a 256