Citaat | Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 23 Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2282.

[Betrokkene 1] is de halfbroer van cliënt, [betrokkene 2] de vriendin van cliënt en [betrokkene 3] is haar zuster. Alle drie getuigen kunnen verklaren dat cliënt op 30 augustus 2001 nog in Bulgarije verbleef en pas medio september 2001 naar het buitenland is afgereisd. De verklaringen van deze getuigen kunnen uitsluiten dat cliënt betrokken is geweest bij de geldwisseltruc op 30 augustus 2001. Indien kan worden vastgesteld dat cliënt - ondanks het feit dat hij op 30 augustus 2001 niet in Nederland was - "herkend" is, kan deze herkenning slechts tot de conclusie leiden dat cliënt klaarblijkelijk een dubbelganger heeft, althans iemand die sterk op hem lijkt. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de bewijswaarde van de "herkenningen" door de overige aangevers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/550dcbf65784c65b13bb55b861de8a316a8cb22be397b270d79f6d22e3c60a77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 550dcbf65784c65b13bb55b861de8a316a8cb22be397b270d79f6d22e3c60a77, en de alinea staat in dat document op bytes 8630 tot 9412.