Citaat | Hoge Raad 5 juni 2007
Alinea 30 Hoge Raad 5 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2282.
Dan beroep ik mij op het noodzaakcriterium. (...) De drie daarna genoemde getuigen, [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3], kunnen een alibi verschaffen voor het feit van 30 augustus 2001. Ondanks het feit dat dit niet ten laste is gelegd en de aangever zijn verklaring bij de rechter-commissaris heeft afgezwakt, doet de verklaring van de getuigen wel degelijk ter zake. De fotoherkenning heeft niet op de juiste wijze plaatsgevonden. Mijns inziens is er sprake van een persoonsverwisseling. Ten tijde van het feit had verdachte een lichte snor, op de foto had hij deze niet. Dan is fotoherkenning eigenlijk niet goed mogelijk. Het gaat erom dat er primair een foute fotoherkenning is geweest. Mijn visie is sterker als op papier staat dat verdachte een alibi heeft voor een datum waarop hij in Nederland gezien zou zijn. Indien u het verzoek om deze getuigen te horen, afwijst, wil ik u vragen in ieder geval de deskundige te horen. De veroordeling is slechts gebaseerd op de herkenning en de bewijswaarde daarvan kan door de deskundige worden beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/550dcbf65784c65b13bb55b861de8a316a8cb22be397b270d79f6d22e3c60a77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 550dcbf65784c65b13bb55b861de8a316a8cb22be397b270d79f6d22e3c60a77, en de alinea staat in dat document op bytes 11363 tot 12443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/550dcbf65784c65b13bb55b861de8a316a8cb22be397b270d79f6d22e3c60a77 | shasum -a 256