Citaat | Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 42 Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2498.
3.3.1 Aan zijn verzet tegen de beide dwangbevelen heeft [eiser], voorzover in cassatie van belang, ten grondslag gelegd dat hij, gelet op het maximaal te verbeuren bedrag van € 22.500,-- (vijf maal het maandelijkse dwangsombedrag van € 4.500,--), uiterlijk (gedurende vijf maanden, te rekenen vanaf 2 april 2002, en derhalve) tot 2 september 2002 dwangsommen kon verbeuren, terwijl de dwangbevelen betrekking hebben op de periode vanaf 1 september 2002. De rechtbank heeft het verzet tegen de beide dwangbevelen (behoudens ten aanzien van de invorderingskosten) ongegrond geacht. Zij was, kort samengevat, van oordeel dat de bij de beslissing op het bezwaar gehandhaafde begunstigingstermijn gold tot uiterlijk 1 april 2002, dat de looptijd van de last is opgeschort gedurende de periode van 4 juni 2002 tot medio augustus 2002 en dat daarna de last zijn werking heeft hernomen, zodat weer maandelijks bedragen werden verbeurd, zodat de Gemeente terecht tot invordering van de verbeurde dwangsom is overgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddbd2d02d9d14c61d1cfbb1425fb95f5144f831fde57cd02b2318f54241fcf11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddbd2d02d9d14c61d1cfbb1425fb95f5144f831fde57cd02b2318f54241fcf11, en de alinea staat in dat document op bytes 11277 tot 12305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddbd2d02d9d14c61d1cfbb1425fb95f5144f831fde57cd02b2318f54241fcf11 | shasum -a 256