Citaat | Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 63 Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2504.

Dit verwijt stuit af op de regel dat de uitleg van de gedingstukken is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Het hof heeft in de gedingstukken niet gelezen dat [eiser] zich erop beriep dat het bij de beëindiging om een schijnhandeling ging, maar (slechts) daarop dat die beëindiging in strijd met de wet (art. 7:668a) was of door misbruik van omstandigheden tot stand was gekomen en derhalve op grond van art. 3:40 lid 2, althans art. 3:44 vernietigd diende te worden. Deze lezing is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54e52ab415a3b81ce75ace6e01df2ba57c213bc54037ce3971200ea6ed6634b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54e52ab415a3b81ce75ace6e01df2ba57c213bc54037ce3971200ea6ed6634b4, en de alinea staat in dat document op bytes 17716 tot 18280.