Citaat | Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 58 Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2507.

3.3.2 Voorzover het onderdeel zijn betoog baseert op art. 4:33 lid 5 BW in samenhang met art. 4:33 lid 2 BW, faalt het eveneens. Anders dan het onderdeel kennelijk voorstaat, volgt ook uit laatstgenoemde bepaling niet dat de echtgenoot in beginsel recht heeft op vestiging van een vruchtgebruik en dat de beoordeling van de behoefte eerst plaatsvindt in een door de erfgenaam of rechthebbende op de voet van art. 4:33 lid 2 BW aangespannen procedure. Integendeel, blijkens lid 4 kan juist te allen tijde, ter afwering van een vordering tot nakoming van een verplichting tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik (zoals ook in de onderhavige procedure aan de orde is), een beroep in rechte gedaan worden op de in lid 2 genoemde grond voor opheffing van die verplichting, namelijk dat de echtgenoot geen behoefte heeft aan het vruchtgebruik.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dc95b19b1294fe1d12682bbc7f690c31d02e9ada1653b675f0f671be39f7a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dc95b19b1294fe1d12682bbc7f690c31d02e9ada1653b675f0f671be39f7a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 15528 tot 16394.