Citaat | Hoge Raad 13 november 2007
Alinea 151 Hoge Raad 13 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2553.
3.6. Het voorgaande in aanmerking genomen en gelet op hetgeen door de verdediging ter onderbouwing van de verzoeken is aangevoerd, heeft het Hof met zijn verwijzing naar de overweging dat niet is gebleken dat het Openbaar Ministerie de eigen opsporingsbevoegdheden heeft omzeild door de AIVD haar bevoegdheden ten behoeve van de strafvordering te laten uitoefenen en de resultaten daarvan via de Landelijk Officier van Justitie voor terrorismebestrijding in het strafrechtelijk onderzoek te laten inbrengen, tot uitdrukking gebracht dat onvoldoende aanknopingspunten voorhanden zijn voor een onderzoek naar het door de verdediging veronderstelde misbruik van bevoegdheden dat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, en dat mitsdien de verdachte door het niet horen van de getuigen niet in zijn verdediging wordt geschaad, respectievelijk de noodzaak van het horen van die getuigen niet is gebleken. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7839559f1c0f4773b3fe707838fd7359f6bebbefb07125bab35f29c15b38582d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7839559f1c0f4773b3fe707838fd7359f6bebbefb07125bab35f29c15b38582d, en de alinea staat in dat document op bytes 56699 tot 57714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7839559f1c0f4773b3fe707838fd7359f6bebbefb07125bab35f29c15b38582d | shasum -a 256