Citaat | Hoge Raad 13 april 2007
Alinea 22 Hoge Raad 13 april 2007
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2803.
's Hofs (impliciete) oordeel dat voor een vermoeden als in het onderdeel omschreven geen plaats is, houdt derhalve in cassatie stand. Daaruit volgt de ongegrondheid van de klacht waarin het onderdeel uitmondt, te weten dat het Hof de bewijslast onjuist heeft verdeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e044682280f4a99ffb570944e8425ed4eea75e2025c429761a8a703a9361d420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e044682280f4a99ffb570944e8425ed4eea75e2025c429761a8a703a9361d420, en de alinea staat in dat document op bytes 8776 tot 9057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e044682280f4a99ffb570944e8425ed4eea75e2025c429761a8a703a9361d420 | shasum -a 256