Citaat | Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 43 Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3032.

Volgens het onderdeel had het hof aan deze (essentiële) stelling van [eiser] en zijn beroep op deze productie niet, althans niet zonder motivering, die evenwel ontbreekt, mogen voorbijgaan. Onderdeel 2 voegt hieraan toe dat, zo het hof van oordeel was dat die brief niet kan gelden als een (beroep op) buitengerechtelijke vernietiging, het dit had moeten motiveren; volgens onderdeel 3 moest dit ook indien daarvan naar 's hofs oordeel sprake was omdat de brief niet aan [verweerder] maar aan zijn verzekeraar was gericht. Mocht het hof deze brief (aldus onderdeel 4) dan wel voormelde stelling van [eiser] (aldus onderdeel 5) als tardief buiten beschouwing hebben gelaten, dan had het zijn oordeel nader behoren te motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f67db4f1fe6120994c9d18e76ed472e865b843ba6a98010de93acf7d5bf76af6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f67db4f1fe6120994c9d18e76ed472e865b843ba6a98010de93acf7d5bf76af6, en de alinea staat in dat document op bytes 14454 tot 15194.