Citaat | Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 74 Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3135.
De verdachte heeft een rap gemaakt waarin hij in gewelddadige bewoordingen zijn gevoelens heeft geuit ten aanzien van de meisjes uit zijn klas. De verdachte heeft daarover bij de politie verklaard dat de bedreigingen waren geuit in de richting van alle meisjes uit zijn klas, terwijl de tekst van het lied in ieder geval tegen één met name in de bewezenverklaring genoemd meisje is gericht. Dat lied heeft hij driemaal electronisch op verschillende tijdstippen aan drie, na te noemen, jongens verstuurd. Omdat hij heel kwaad was op de meisjes, besloot de verdachte op een gegeven moment het liedje aan [betrokkene 2] door te sturen. Toen het liedje al ruim bekend was, heeft de verdachte het daarna nog naar [betrokkene 3] gestuurd, met de mededeling dat dat het lied was waarover al dagenlang in de klas werd gesproken. Later heeft de verdachte het liedje tenslotte nog naar [betrokkene 4] verstuurd. Het Hof heeft blijkens de hiervoor onder 3.2.3 weergegeven bewijsoverweging kennelijk geoordeeld dat ten aanzien van de eerste van de drie verzendingen geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet op bedreiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5b81599930e44dae80f6ee1b1a3a14dd17bff03f84642ccfd41dcf989c31c91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5b81599930e44dae80f6ee1b1a3a14dd17bff03f84642ccfd41dcf989c31c91, en de alinea staat in dat document op bytes 19108 tot 20234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5b81599930e44dae80f6ee1b1a3a14dd17bff03f84642ccfd41dcf989c31c91 | shasum -a 256