Citaat | Hoge Raad 13 juli 2007
Alinea 86 Hoge Raad 13 juli 2007
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3161.
Het oordeel van het hof ten aanzien van het persbericht van 24 oktober 1997 getuigt eveneens van een onjuiste rechtsopvatting, althans is onvoldoende gemotiveerd. Het hof is niet ingegaan op het betoog van [eiseres] dat het in het persbericht genoemde en via het persbericht van 25 oktober 1997 tot [eiseres] te herleiden verwijt van betrokkenheid bij een criminele organisatie die zich zou toeleggen op het plegen van een heel scala van ernstige misdrijven, waaronder het handelen met gebruik van voorkennis, onrechtmatig was bij afwezigheid van "reasonable assumptions" nu er voor de aantijgingen nog niet eens een begin van bewijs was. Mede met het oog op de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM diende de voorlichtende taak van het openbaar ministerie te wijken voor het belang van [eiseres] om van dergelijke ernstige verdachtmakingen verschoond te blijven. Een en ander geldt ook voor het publiekelijk uiten van betrokkenheid van [eiseres] bij elders bestaande coderekeningen (onderdeel I.1.3-1.3.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/393ada4eeecddf1a84d6e808084d88af05c89e46b3ebfa67c77f6f43276bc1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 393ada4eeecddf1a84d6e808084d88af05c89e46b3ebfa67c77f6f43276bc1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 25824 tot 26847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/393ada4eeecddf1a84d6e808084d88af05c89e46b3ebfa67c77f6f43276bc1c5 | shasum -a 256