Citaat | Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 46 Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516.

3.3 Bij de beoordeling van het door Milieutech ingestelde hoger beroep heeft het hof in rov. 4.7 van zijn tussenarrest vooropgesteld dat partijen de vrijheid hebben hun belangen aan de rechter voor te leggen, diens beslissing daarover te verkrijgen en desgewenst tegen die beslissing rechtsmiddelen aan te wenden, mede op grond van het in art. 6 EVRM verankerde beginsel van toegang tot de rechter, en dat een processuele bevoegdheid kan worden misbruikt door haar uit te oefenen als zodanige onevenredigheid bestaat tussen het belang bij de uitoefening van de bevoegdheden het belang dat daardoor wordt geschaad, dat men naar redelijkheid daartoe niet had kunnen komen; indien is voldaan aan de vereisten van art. 6:162 BW kan misbruik van procesrecht worden aangemerkt als onrechtmatige daad, waardoor degene die misbruik van bevoegdheid maakt, schadeplichtig wordt jegens zijn processuele wederpartij. Het hof overwoog vervolgens (rov. 4.8) dat het instellen van op voorhand kansloze vorderingen onder omstandigheden misbruik van recht kan opleveren, maar dat zal volgens het hof niet zonder meer het geval zijn als een vordering naar de stand van het recht of gezien de feitelijke grondslag weinig of geen kans maakt op toewijzing; een partij moet vrij zijn zich met een vordering tot de burgerlijke rechter te wenden ook wanneer nog niet voldoende bewijs voorhanden is en zelfs wanneer twijfelachtig is of dit bewijs alsnog verkregen zal worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044edfe39c9f7eed71165ae873208021303fd964787b4c193c2f22b86fa5fb9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044edfe39c9f7eed71165ae873208021303fd964787b4c193c2f22b86fa5fb9e, en de alinea staat in dat document op bytes 13200 tot 14664.